CNAME-record toevoegen: een alias naar een ander domein

Gewijzigd op Vr, 5 Jun om 10:17 AM

Een CNAME-record (Canonical Name) wijst een hostnaam aan als alias van een andere hostnaam. In plaats van een IP-adres verwijst een CNAME naar een ander domein, dat vervolgens het IP-adres bepaalt. CNAME-records worden veel gebruikt om subdomeinen te koppelen aan externe diensten. Deze handleiding legt uit hoe en wanneer u een CNAME-record gebruikt.

Probleem

U wilt een subdomein, zoals shop.uwdomein.nl of een www-adres, laten verwijzen naar een externe dienst of platform, maar weet niet welk recordtype u hiervoor nodig heeft of waarom een A-record niet werkt.

Oorzaak

Externe diensten (zoals websitebouwers, webshops of e-mailmarketingplatforms) leveren vaak geen vast IP-adres, maar een domeinnaam waar u naartoe moet verwijzen. Een A-record vereist juist een IP-adres en is daarom ongeschikt; het IP van zulke diensten kan bovendien wijzigen.

Een CNAME lost dit op door naar de domeinnaam van de dienst te verwijzen. De dienst beheert zelf het onderliggende IP-adres, zodat uw verwijzing blijft werken, ook als hun infrastructuur verandert.

Een veelvoorkomende fout is het plaatsen van een CNAME op het hoofddomein (root), wat technisch niet is toegestaan; daar is een A-record of een alternatief nodig.

Oplossing

U lost dit op door een CNAME-record aan te maken voor het gewenste subdomein, dat verwijst naar de doelhostnaam die de externe dienst opgeeft.

Stel dat een dienst u vraagt shop.uwdomein.nl te laten verwijzen naar shops.platform.com, dan maakt u een CNAME-record met host shop en waarde shops.platform.com. Het subdomein gedraagt zich dan als alias van het doeladres.

Let op dat een CNAME niet samen mag bestaan met andere records op dezelfde hostnaam. Een hostnaam met een CNAME mag dus geen apart A- of MX-record hebben.

Stappenplan

  1. Vraag bij de externe dienst de exacte doelhostnaam op waarnaar u moet verwijzen.
  2. Bepaal welk subdomein u wilt koppelen (bijvoorbeeld www of shop).
  3. Log in op het DNS-beheer van uw domein.
  4. Maak een nieuw record aan van het type CNAME.
  5. Vul bij host de subdomeinnaam in (bijvoorbeeld shop).
  6. Vul bij waarde de doelhostnaam in die de dienst heeft opgegeven.
  7. Sla het record op en wacht op DNS-propagatie.
  8. Controleer met een DNS-checktool of het subdomein correct naar het doeladres verwijst.

CNAME versus A-record

Het belangrijkste verschil: een A-record verwijst naar een IP-adres, een CNAME verwijst naar een andere hostnaam. Gebruik een A-record wanneer u een vast IP-adres heeft, bijvoorbeeld van uw eigen server. Gebruik een CNAME wanneer een dienst u een domeinnaam geeft in plaats van een IP, zodat die dienst het IP zelf kan beheren. CNAME maakt onderhoud eenvoudiger, omdat IP-wijzigingen van de dienst automatisch worden gevolgd.

De root-domein-beperking

Volgens de DNS-standaard mag een CNAME niet op het hoofddomein (root, oftewel uwdomein.nl zonder subdomein) staan, omdat daar al verplichte records zoals SOA en NS aanwezig zijn. Wilt u toch het hoofddomein naar een externe dienst laten verwijzen, gebruik dan een A-record met het IP van de dienst, of een speciale ALIAS- of ANAME-functie als uw DNS-provider die aanbiedt.

Veelgemaakte fouten

  • Een CNAME op het hoofddomein plaatsen, wat niet is toegestaan.
  • Een CNAME combineren met een ander record op dezelfde hostnaam.
  • Een A-record gebruiken waar een CNAME nodig is, met een IP dat later verandert.
  • De doelhostnaam onjuist of onvolledig overnemen.
  • De afsluitende punt of juist een extra punt verkeerd plaatsen, afhankelijk van het DNS-paneel.
  • De propagatie niet afwachten voordat u test.

Hoe een CNAME-keten werkt

Wanneer een resolver een CNAME tegenkomt, volgt hij de verwijzing naar de doelhostnaam en zoekt daar verder naar het uiteindelijke IP-adres. Zo ontstaat een keten: uw subdomein verwijst naar de hostnaam van een dienst, die op zijn beurt naar een IP-adres verwijst dat de dienst beheert. Het voordeel is dat de dienst zijn infrastructuur kan aanpassen zonder dat u iets hoeft te wijzigen.

Te lange of circulaire CNAME-ketens moet u vermijden: ze vertragen de resolutie of veroorzaken fouten. In de praktijk volstaat vrijwel altijd één CNAME die rechtstreeks naar het doeladres van de dienst wijst.

Typische CNAME-toepassingen

  • Een www-subdomein laten verwijzen naar het hoofddomein.
  • Een subdomein koppelen aan een externe websitebouwer of webshopplatform.
  • Verificatie- en koppelrecords voor diensten zoals e-mailmarketing.
  • DKIM-records bij providers die met CNAME-verwijzingen werken.

Veelgestelde vragen

Mag een CNAME op het hoofddomein staan?

Nee. Een CNAME mag niet op het root-domein staan. Gebruik daar een A-record, of een ALIAS/ANAME als uw DNS-provider dat ondersteunt.

Kan een CNAME naast andere records bestaan?

Nee. Op een hostnaam met een CNAME mogen geen andere records (zoals A of MX) staan.

Wanneer kies ik een CNAME in plaats van een A-record?

Kies een CNAME wanneer een dienst u een domeinnaam geeft om naar te verwijzen in plaats van een vast IP-adres. De dienst beheert dan zelf het onderliggende IP, zodat uw verwijzing blijft werken bij infrastructuurwijzigingen.

Samenvatting

Een CNAME-record wijst een subdomein aan als alias van een andere hostnaam en wordt gebruikt om subdomeinen aan externe diensten te koppelen. Gebruik een CNAME wanneer een dienst een domeinnaam geeft in plaats van een IP-adres. Plaats nooit een CNAME op het hoofddomein of naast andere records op dezelfde host. Test na propagatie of de verwijzing klopt.


Komt u er niet uit? Plan een gratis strategiegesprek via https://www.bdmnl.nl/plan.

Was dit artikel nuttig?

Dat is fantastisch!

Hartelijk dank voor uw beoordeling

Sorry dat we u niet konden helpen

Hartelijk dank voor uw beoordeling

Laat ons weten hoe we dit artikel kunnen verbeteren!

Selecteer tenminste een van de redenen
CAPTCHA-verificatie is vereist.

Feedback verzonden

We stellen uw moeite op prijs en zullen proberen het artikel te verbeteren